EEN BIOMARKER VOOR SALAMANDER SCHIMMELZIEKTE
- Wildlife Health Ghent

- 4 nov
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 13 nov
Bsal vertraagt niet, maar ook wij staan niet stil! Het WHG team komt steeds dichter bij antwoorden. Onze nieuwe publicatie laat zien hoe de samenstelling van de huid samenhangt met de vatbaarheid van de gastheer.

Een dodelijke huidschimmel, Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal), bedreigt salamanderpopulaties in Europa. Terwijl sommige soorten snel bezwijken, lijken andere resistent tegen de infectie. WHG doet onderzoek naar deze variatie in vatbaarheid.
Eerder onderzoek toonde aan dat de sporen van de schimmel gebruik maken van suikers om zich aan de huid vast te hechten. Om dit verder te onderzoeken, hebben we verschillende lectines (eiwitten die specifieke suikers herkennen) getest die de suikerpatronen in de salamanderhuid kunnen visualiseren.
Belangrijkste bevindingen van de studie:
Salamanders met hogere consentraties terminale galactose in hun huid zijn gevoeliger voor Bsal en dit is enkel te detecteren met het lectine RCA1.
Deze relatie is consistent tussen individuen binnen dezelfde soort.
Samengevat kan de suikercompositie van de salamanderhuid de vatbaarheid voor infectie voorspellen, waardoor galactose een potentiële biomarker is voor kwetsbaarheid.
Waarom is dit belangrijk? Door de vatbaarheid van de gastheer te koppelen aan een meetbare eigenschap van de huid, kunnen gerichte conservatiestrategieën worden ontwikkeld. Het identificeren of ondersteunen van resistente individuen kan bijvoorbeeld helpen salamanderpopulaties te beschermen tegen Bsal.
Voor meer informatie over deze studie kan je het volledige wetenschappelijke artikel hier lezen. Dit onderzoek werd uitgevoerd als onderdeel van het GLOSSI-project. Wil je meer over het project weten? Neem dan een kijkje op de GLOSSI-website.





Opmerkingen